Ik ben de ware wijnstok

Inleiding                                                                                                                                                  Iedere deelgemeenschap schonk in de twee weken die volgden op het patroonsfeest, aandacht aan een Ik-ben-woord. Op vrijdagavond 19 maart 2017 kwam een select gezelschap bij elkaar voor een prachtige meditatieve bijeenkomst. De mooie teksten, samengesteld en uitgesproken door Marianne Paalvast, Ria Sosef en Koos Vaissier willen wij u niet onthouden. Daarom plaatsen wij ze op de website. Clemens Lammers heeft een fraaie fotoreportage gemaakt, die u in het fotoboek kunt vinden.

Johannes wil ons met voorbeelden uit het dagelijkse leven van die tijd, die vaak ook tijdloos zijn en dus bij ons nog te gebruiken zijn, laten zien, dat zijn evangelie voor ons allemaal bedoeld is en voor ons allen een wegwijzer en een houvast wil zijn. Er is altijd wel een voorbeeld bij dat jou persoonlijk aanspreekt, waardoor het precies bij jouw leefwereld past.

In deze hoofdstukken van zijn evangelie wil Johannes ook laten zien dat al Jezus’ woorden werkelijkheid worden in de weg die Jezus zelf is gegaan: Hij is als de graankorrel die in de aarde valt en zo vrucht voortbrengt. Hij is voor ons het levend brood, het licht voor de wereld, de poort naar het leven, de herder die behoedt en verenigt, de levensweg, een levend perspectief, en tot slot de ware wijnstok, die verbonden aan de wortels van Zijn Vader ons tot bloei kan laten komen.

Dat laatste woord, ‘Ik ben de ware wijnstok’ is ons als deelgemeenschap toebedeeld, om mee aan de slag te gaan. We gaan dat proberen te doen aan de hand van de lezing uit het evangelie zelf (hoofdstuk 15, vers 1 t/m 17), opdat duidelijk wordt wat ons uitgangspunt is en daarna met verhalen die wellicht nog iets meer bij onze belevingswereld aansluiten.

Tussendoor klinken een paar mooie gedichten en beginnen we met het zingen van lied: nr. 621 (GVL) ‘Ik ben de wijnstok’.                                                                                                           Wij proberen de ranken te zijn, verbonden met de wijngaardenier, opdat wij vruchten voort kunnen brengen.

Toen ik me in deze tekst verdiepte, kwam een bijzondere herinnering bij mij boven. Het is al een paar jaar geleden, het was zo’n beetje deze tijd van het jaar, dat ik aan het einde van de middag thuiskwam en mijn blik als vanzelf ging naar de overdadig bloeiende clematis in het hoekje van mijn tuin. Ik wist niet wat ik zag: In plaats van de wijd openstaande bloemen zag ik allemaal dichtgevouwen bloemen. Even dacht ik nog: wat bijzonder dat ik niet eerder gezien heb dat die bloemen ’s avonds dicht gaan…Toen ik naar binnen ging om deze bijzondere gedachten te delen, zag ik in mijn ooghoek de snoeischaar op de aanrecht liggen. Nog begreep ik het niet. Pas toen mijn echtgenoot vertelde dat hij hier en daar wat gesnoeid had, viel het kwartje en vloog ik opnieuw naar de clematis en zag dat hij inderdaad de dor uitziende stammetjes van de clematis had doorgeknipt. Hij dacht geen ogenblik dat deze dorre, dunne  takjes iets te maken konden hebben met die overdadige bloemenweelde. Ze zagen er bepaald niet uit alsof daar nog leven in kon zitten!

Erg optimistisch hoopte ik dat de clematis deze wrede snoeipartij zou overleven, maar dat is niet gebeurd. De bloemenpracht was in ieder geval verloren, want nu de voedende verbinding met de stam en wortels verloren was, was er geen leven meer mogelijk. Vanavond willen we ons voorstellen dat, als wij willen zijn als bloeiende, vruchtdragende takken aan de wijnstok die Christus voor ons wil zijn, ervoor moeten zorgen dat de verbinding in stand blijft, opdat wij blijvend gevoed kunnen worden door plant en wortels, die voor ons van levensbelang zijn, opdat wij groeien en bloeien tot welzijn van onszelf en onze medemensen.

In ben de ware wijnstok

Het beeld van de wijnstok kennen velen van ons alleen van vakantiereizen in zuidelijke landen of van fraaie televisiebeelden. Laten we proberen dat beeld wat dichterbij te brengen door ons in gedachten te verplaatsen naar het moment waarop Jezus met zijn leerlingen, na de laatste maaltijd, op weg gaat naar de hof van Olijven.
Onderweg zien ze de vuren op de heuvels: vuren waarin de afgesneden ranken verbrand worden. Daarnaar kijkend begint Jezus iets te zeggen over de wijnstok en de ranken.
Hij voelt aan dat er zware tijden zullen aanbreken voor zijn volgelingen. Er zullen dagen komen, waarop de gemeenschap van de leerlingen ernstig bedreigd wordt door vervolgingen van heersers, die de eerste christenen beschouwen als een gevaar voor de samenleving en vooral voor de macht die zij bezitten. Maar de grootste bedreiging komt in de ogen van Jezus van binnenuit: de christenen zullen elkaar gaan afvallen, zich van elkaar verwijderen en vervreemden. Jezus probeert zijn leerlingen moed in te spreken: probeer met elkaar verbonden te blijven, laat elkaar niet los en blijf één met je oorsprong, de stam die leven geeft. Dan kun je het samen redden. Draag vrucht door de liefdevolle verbondenheid met elkaar te bewaren. Deze liefde is een teken van Gods nabijheid.
Deze bemoediging is tegelijk een waarschuwing: als je je oorsprong loslaat, als je mijn woorden niet meer serieus neemt en als je elkaar in de steek laat, zal je leven onvruchtbaar worden. En daarmee wordt de gemeenschap aangetast. Zoals ranken niet kunnen bloeien en vrucht dragen zonder verbondenheid met de stam en met elkaar, zo zal er geen toekomst zijn voor de gemeenschap, als je niet verbonden blijft met elkaar en daarin met de Levende in jullie midden.

Gedicht: Om vertrouwen in groeikracht
Dat het ons gegeven mag zijn
onze afgeslotenheid te doorbreken
onze ogen te laten openen
door de glans van het groeide licht
de dageraad die meer belooft
dan wij hebben bereid.

Dat het ons gegeven mag zijn
de vuisten van ons gelijk
te laten openbreken
door de vragende blik
van een kleine mens
die zoekt naar een open hand.

Dat het ons gegeven mag zijn
ons hart dat dichtslibt
te laten openen
door het verlangen naar liefde
van een mens in groei
een mens die ons aanziet.

Ik ben die er zal zijn                                                                                                                                      
Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig.
De zeven ‘Ik ben woorden’ van Jezus zullen bij de toehoorders van Johannes ongetwijfeld associaties hebben opgeroepen met de naam die God aan Mozes openbaarde in het brandende braambos ‘Ik ben die er zal zijn’. Het is God zelf, wil Johannes zeggen, die in deze mens het woord neemt. Dat is het Messiasgeloof van zijn gemeente: Jezus is de Messias op wie Israël al eeuwen hoopt en die in de man uit Nazareth onder ons is gekomen.
Hij is de ware wijnstok en de wijn die God door hem laat vloeien, zo vervolgt Johannes, is de liefde. Hij eindigt dan ook met de oproep: ga Hem achterna, heb elkaar lief.
Want liefde is het enige dat ons leven de moeite waard maakt en zin geeft, door alle twijfel, verdriet en ellende heen. Dat kunnen we misschien het beste illustreren aan de hand van het volgende beelden. Toen het meisje dat vaak gepest werd jarig was en een verjaardagsfeestje gaf, wilde er niemand komen, maar de jongen die in de klas achter haar zat en haar verscheidene keren aan haar haar had getrokken zei: ik ben er, ik zal je voortaan niet meer pesten. Toen er op school een beroep werd gedaan op ouders om te helpen en de ene na de andere vader en moeder het lieten afweten omdat ze moesten werken, zei een oma van een van de kinderen: ik ben er, ik zal wel helpen. Toen zijn moeder na haar ziekte bang en onzeker was, niet naar buiten durfde en zich opsloot in haar huis, zei haar zoon: ik ben er, samen gaan we een eindje wandelen, iedere dag wat meer. Toen zij te horen kreeg dat ze borstkanker had en dat haar borst geamputeerd moest worden, was ze bang dat haar vriend haar in de steek zou laten. Maar hij zei: ik ben er, hoe je er ook uitziet, ik blijf van je houden.
Toen oma zich alleen voelde, omdat er zoveel familieleden op vakantie waren, zei haar kleindochter van 16: ik ben er oma, ik kom u elke dag even bezoeken.
Iedere keer als mensen zeggen: ik ben er, ik zal er zijn als je me nodig hebt, zeggen ze eigenlijk: ik wil voor jou zo goed als God zijn, ik wil voor jou een beetje God zijn.

Gebed: Om in Gods liefde te blijven
Gij die boven ons bent,
Gij die een van ons bent,
Gij die bent – ook in ons,
mogen allen U zien – ook in mij,
moge ik Uw weg bereiden,
moge ik dan dankbaar zijn
voor alles wat mij ten deel valt.
Moge ik dan niet vergeten de nood van anderen.
Bewaar mij in Uw liefde
zoals Gij wilt dat allen in Uw liefde blijven.
Moge alles in mijn wezen U tot eer zijn
en moge ik nooit wanhopen.
Want ik ben in Uw hand
en in U is alle kracht en goedheid.
Geef mij een zuiver hart – dat ik U mag zien,
een ootmoedig hart – dat ik U mag horen,
een hart vol liefde – dat ik U mag dienen,
een hart vol geloof – dat ik in U mag blijven.
Amen.

Verbondenheid met de wijnstok

Eenzaam zijn, het gevoel hebben dat niemand je begrijpt. Je verlaten voelen, terwijl je je in feite te midden van de andere mensen bevindt, is heel erg. Dit kan voorkomen op school, je valt buiten een bepaalde groep, maar zit toch in dezelfde klas met die mensen; het kan voorkomen op een flat, waar iedereen voor zichzelf zorgt en geen idee heeft wie zijn buurman of buurvrouw is; het kan op een feestje zijn, waarop iedereen verschrikkelijk veel plezier heeft en jij je om de een af andere reden doodongelukkig voelt. Je hebt als het ware het contact met de mensen om je heen, met de stam die leven geeft, verloren. Je zou graag bij hen willen horen, of er gewoonweg graag bij willen zijn, maar je voelt je buitengesloten.
Je weet de juiste toon niet te vinden. Wat is het dan een weldaad wanneer iemand uit de groep jou de hand reikt en je binnen de kring trekt. Het is immers onze roeping: vrucht te dragen door liefdevolle verbondenheid. Want een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen.

We zingen enkele coupletten uit lied 524 (GVL): Het lied van het brood en de beker.

Snoeien

De woorden van Johannes over het afsnijden, snoeien en verbranden van ranken die geen vrucht dragen, komen bij ons misschien wat confronterend over, maar laten we er eens naar kijken door de ogen van de wijnbouwer. Kijk, zegt deze, het moet allemaal vanuit de bodem komen. Het levenssap moet door de wijnstok heen optrekken naar de ranken. Dode ranken doen daar niets mee, die knip of zaag ik af. Maar ook de levende ranken moeten soms bijgewerkt worden. Die hebben vaak de neiging al te enthousiast te gaan groeien en dan is er tenslotte weer te weinig levenssap om de vruchten tot rijping te brengen. Dus wat doe ik: ik snoei hem drastisch bij, zodat de vruchten in echt contact blijven met de stam en volledig tot rijping kunnen komen. Als ik al dat groen welig laat tieren, komt er niets tot rijping en mislukt mijn oogst. Vandaar: knip, knip, knip.                                                                                  Met de mens is het net zo, vervolgt hij filosofisch. Als die alles zou willen doen waar hij in principe toe in staat is, wordt hij overspannen en komt er van geen van zijn plannen iets terecht. Met de woorden van die wijnbouwer in het achterhoofd is het verhaal over het afsnijden, snoeien en verbranden van de ranken voor ons misschien wat beter te begrijpen.
We leerden van hem dat zelfs de vruchtdragende ranken soms gesnoeid moeten worden.
Zo staat dat ook in het verhaal uit het Johannes evangelie. Jezus zegt: ‘De Vader is de wijnbouwer. Iedere rank die vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vrucht mag dragen.’
Als we te veel willen, ook als christenen, dragen we geen vruchten. Als we in ons dagelijks leven altijd maar hectisch tekeer gaan, alles tegelijk willen, als we onze aandacht van hot naar haar laten gaan, als we almaar meedeinen op de golven van elke trend, kan ons leven dan wel echte vruchten dragen? Vruchten die in de ogen van de Vader van waarde zijn en die bijdragen tot ons echte levensgeluk? Het kan dus beslist geen kwaad om zo af en toe eens de snoeischaar te hanteren om alles wat geen of te weinig vrucht draagt in ons leven te snoeien.

Gedicht: Wijnstok 
Het was de hovenier,
die in het vroege licht
de ranken  heeft gericht
diep in elkaar verward
vervreemdend van het hart
de wortelstok.

Geen zag wat zich voltrok
in het zeer vroege licht
Hij raakte hen slechts aan:
zij zijn vaneen gegaan
ontbonden
ontwonden.

Het was de hovenier.
Verwonderd, in vroeg licht,
gescheiden, ongescheiden
de door zijn hand geleide
hartranken.
Aan ons beiden
hebt gij het, God, verricht.

Geestkracht van de gemeente

Je hoort soms van mensen dat zij tijdens hun vakantie op een zondag naar de kerk gingen en verrast werden door de gastvrije en hartelijke sfeer van de parochie of de gemeente. Ze proefden een weldadig frisse geloofsgemeenschap. Waar lag dat aan? Een vertegenwoordiger van een dergelijke geloofsgemeenschap zegt: ‘wanneer we onze mensen de kans geven om telkens met nieuwe ideeën en initiatieven te komen, blijven we op de goede weg. Zolang er mensen zijn die ons telkens weer aanspreken om nieuwe wegen te verkennen, gaat het hier heel goed.’ Nieuwe ideeën en initiatieven komen nogal eens voort uit het geloof dat de geestkracht van de Verrezen Heer mensen in beweging zet. Daardoor ontstaan telkens weer nieuwe openingen voor iedereen, ook voor degene die nog niet meetelt. Want zijn wij, door ons geloof onderling verbonden met Christus en met elkaar, niet allemaal verantwoordelijk voor het voortbestaan van onze geloofsgemeenschap?
Ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht, zegt Jezus.

Gedicht: De wijnstok en de ranken
Als je God wilt zoeken,
zoek Hem dan in de wereld om je heen.
Graaf in je levensverhaal
en tuur in de verte van de toekomst.
Kijk naar de mensen.
Let op wat hen stuwt.
Zie hoe het leven stroomt
en ons bestaan uitslijt
met vreugde en verdriet.

Maar als je God wilt vinden,
zoek Hem dan in jezelf.
Leef hier en nu
want dat is Zijn rijk.
Niet in flarden dromen
of een getaand verleden.
Maar in jouw leven
dit moment,
niet meer dan dat.

Dat is het verhaal van de wijnrank,
die niet verlangt naar zon of regen,
die niet op zoek gaat
naar bodemloze wortels of hemellichte bladeren.

Dat is het vertrouwen van de rank
die durft groeien
omdat er levenssap stroomt
en er vruchten komen – hoe dan ook.

Groot – klein of wanneer-ooit
in de Wijnstok zal je al proeven: het sap van de hoop
met de zachte nasmaak van jouw gerijpte vreugde.

Slottekst

We hebben ons vanavond bezonnen op de tekst uit het evangelie van Johannes. We hebben geluisterd naar verhalen over hoe het anderen heeft geïnspireerd. Hoe het gevoel van verbonden zijn met de wortels van je leven, je kracht kan geven, zoals we ons ook verbonden voelen met onze ouders en voorouders, hen herkennen in onszelf en in onze kinderen. Zien hoe zij ons geïnspireerd hebben, hoe we hen soms in onszelf herkennen en hoe we hen levend proberen te houden in ons leven door hun ideeën en wijsheid tegen elkaar te blijven vertellen, waardoor we hen blijven zien en voelen, soms in kleine dingen, of in gewoontes, die een glimlach op ons gezicht brengen. Zo mogen we ons ook verbonden weten met God, met Jezus Christus, onze Heer en door Zijn wijze woorden tegen elkaar blijven zeggen, opdat ze telkens opnieuw ons kunnen inspireren in ons dagelijks leven, in ons doen en laten, waardoor ze helpend zijn, om ons leven richting te geven. Ik vind het zelf ook gewoon mooi om me weer eens goed te realiseren dat we verbonden zijn met de wortels, door de ranken van de wijnstok, waardoor we tot bloei kunnen komen, tot welzijn van ons en van heel de kerk, of in ieder geval een stukje daarvan.                                                                                                                         
We willen u hartelijk danken voor uw komst, zonder u was de avond niet geslaagd!, waarmee we het officiële gedeelte van de avond afsluiten.

Aan het einde van de bijeenkomst werden we uitgenodigd om samen de vruchten van de wijnstok te nuttigen, gewoon omdat het leven bedoeld is om van te genieten.

Dit bericht is geplaatst in Recent geplaatst. Bookmark de permalink.